Arnout Colnot

Arnout Colnot woonde en werkte in Amsterdam tot 1913, waarna hij naar Bergen verhuisde. Later vertrok hij weer naar Amsterdam. Hij maakte studiereizen naar België o.a. in Brugge en Frankrijk. Hij was een rasechte Amsterdammer en een kunstenaar van buitengewoon gehalte, een schoonheidsjager van de zuiverste soort, begenadigd met grote gaven en een schilder van formaat.

Zijn werk is zuiver Hollands, ernstig, soms droefgeestig maar van een onvergetelijke schoonheid. Het volgt een vaste lijn, is vol emotie maar getuigd van een onverzettelijk streven naar een hoger doel.

Colnot is wel bij uitstek een schilder van de Bergense school. Zijn kunst is uit dezelfde bron geweld als alle Hollandse kunst, van de vroegste tijd tot heden: de liefde voor de werkelijkheid,
voor de dingen van het dagelijks leven.

Evenals zijn voorgangers uit de 17e eeuw en die van de Haagse school, weet Colnot de rijkdom van de eenvoudige voorwerpen, die ons omringen en van ons vlakke polderland te onthullen. Hij heeft dit met Willem Maris gemeen, want ofschoon hij in zijn Bergense tijd als een vernieuwer zich buiten had gevestigd, omdat hij overtuigd was dat de Haagse school in een slop was geraakt, heeft hij toch altijd erkent dat de groten van deze school zuivere kunstenaars waren. Colnot was in hoge mate een mens met stemmingswisselingen.

Uiterlijk was hij altijd de welverzorgde mijnheer, die zich in niets onderscheidt van zijn medeburgers. Als kunstenaar is hij echter in hoge mate afhankelijk van de inspiratie. Hij kent perioden waarin hij door een hevige werkdrift wordt gegrepen maar hij kent ook tijden waarin hij niet tot tekenen of schilderen komt.

Colnot werkte het liefste buiten. Hij neemt dan bij voorkeur ons waterland met zijn kromme poldersloten en knotwilgen tot onderwerp. In Noord-Holland werkte hij in de omgeving Van Amsterdam, in de Bergermeer, Warmenhuizen, De Rijp, Kolhorn, Monnickendam, Kortenhoef en heel vroeger in Baambrugge. Met Cezanne had Colnot gemeen dat hij bij voorkeur het landschap zonder figuren schilderde.

De winterlandschappen zijn schilderachtig van behandeling, in hun gevoelige schakering van licht en donker. Colnot schilderde de winter niet lieflijk maar bar en grimmig. Wie voor deze met felle drang geschilderde doeken staat voelt de barre kou schier lichamelijk. Meerdere malen schilderde Colnot, die thuis het liefst dicht bij de kachel zat, ’s winters in de barre kou zijn doeken. Hij was dan zo door de hartstocht van het schilderen gegrepen dat hij geen kou voelde al was hij vaak door en door verkleumd.

De Stichting Collectie Nagelhout bezit een mooie collectie werken van Arnout Colnot en zijn zoon Karel Colnot. De getoonde werken zijn van Arnout Colnot, deze zijn onder meer geschonken door mevrouw Erna Troost.