De Nagelhoutreis van Stien Eelsingh

Stien Eelsingh (1903-1964) was een van de eerste kunstenaars die door bemiddeling van J.P. Nagelhout werd uitgezonden. Door de contacten met collega-arts Schönfeld Wichers (Belcampo) werd Nagelhout waarschijnlijk geattendeerd op de in Staphorst wonende kunstenares. Schönfeld Wichers woonde en werkte in Bathmen, daarvoor had hij waargenomen in Staphorst. De aquarel Zittende Vrouw (zie afbeeld kwam via hem in Nagelhouts bezit.

Nagelhout bracht Stien Eelsingh onder in het Zuidfranse plaatsje Le Rayol, waar hoteleigenaar André Haller de scepter zwaaide.

Haller schreef aan Nagelhout: ‘Ook blij met het succes van uw prachtige initiatief om schilders uit te wisselen, ben ik altijd bereid hen te ontvangen in het rustige seizoen aan het einde van het jaar.’

Stien Eelsingh werd vergezeld door een goede vriendin, die uiteraard haar eigen reis- en verblijfkosten betaalde. In een bewaard reisverslag is te lezen hoe beide dames door de hotelier ontvangen werden: ‘De hoteleigenaar begroette ons als waren wij zijn particuliere gasten. Het hotel is mooi gelegen en lijkt op een landgoed. Het eten in het hotel is heerlijk de omgeving prachtig, maar Stien vindt alles te mooi, niet karakteristiek genoeg. Monsieur Haller biedt daarom aan ons naar het naburige St. Tropez te brengen, waar hij nog een hotel bezit.’

De resterende tijd van hun verblijf verbleven beiden tot grote tevredenheid in hotel La Michaudière aan de Rue Portalet in St. Tropez.

Ze verkenden niet alleen de plaats zelf, maar ook de omgeving. Contacten met autobezitters gaven de mogelijkheid karakteristieke plaatsen als Ramatuelle en Grimaud te bezoeken. Als verrassing haalde hoteleigenaar Haller hen de paar laatste dagen terug naar hotel Bellevue in Le Rayol om de dames nog eens extra te verwennen. Met uitzondering van de laatste dagen van het verblijf was het weer gunstig en kon er volop geschilderd worden, niet alleen door Stien maar ook door haar reisgenote. Deze expositie is een neerslag hiervan, merendeel aquarellen van beide kunstenaressen. Van het verplichte olieverfschilderij als betaling voor het verblijf, is alleen een voorstudie in aquareltechniek bekend. Op de jaarlijkse avond van de kunstclub (1951) kwam Stien naar Holten om over haar reis vertellen. Een van de uitspraken:  ‘Het was voor mij een geestelijke bevrijding…  Toen ik na een maand in Nederland terugkwam zag ik het schone van ons land met andere ogen.’